kritiek NPR 7910
home contact nieuws download links

 

terug

Op de nieuwe NPR 7910:2008 is/was veel kritiek vanuit de gebruikers van de praktijkrichtlijn. Op diverse punten is de norm in 2010 aangepast.

We hebben hieronder het nodige verzameld. Mocht u zelf onduidelijkheden of opmerkingen hebben omtrent de norm, laat het ons weten, dan zullen we het in de lijst opnemen, zodat overige gebruikers hiervan ook op de hoogte zijn.
Graag via e-mail versturen naar: iab@iab-ingenieurs.nl 

NPR 7910-1:2010

par. opmerkingen
6.1 In ongeďsoleerde grote opslagtanks mag van een maximale temperatuur van 50 graden C worden uitgegaan. Maar wat is nu een "grote" opslagtank. Is dat 1m3, 5m3 of 50m3? De norm is nu aangepast.
6.1 Het schrappen van de K-klassen is eigenlijk een gemis. Velen kennen de K-klassen goed en een indeling op basis van vlampunten is moeilijker te onthouden.
6.1* het berekeningsvoorbeeld bij een combinatie van gas en vloeistof is niet correct, want de verhoudingen zijn gebaseerd op een factor 10 groter dan de grenzen van 5 kg voor gas en 50 kg voor vloeistof met een vlampunt kleiner dan 11 graden C
7.4.1 In deze paragraaf wordt genoemd dat aardgas gezien de slechte ontstekingseigenschappen geen secundaire gevarenbronnen geeft bij een druk lager dan een 0,5 bar. Dit is toch een zeer rare bepaling, omdat aardgas prima kan ontsteken, denk maar aan de gasexplosies in woningen. De slechte ontstekingseigenschappen zijn toch geen reden om dit niet als gevarenbron te zien. In de oude versie werd correct de norm NEN 2078 genoemd. Op basis van juiste inspectie en controle kan worden besloten om geen secundaire gevarenbronnen te bepalen. Dat is een logische gedachte.
9.3 In een ruimte met kunstmatige ruimtelijke ventilatie, met voldoende beschikbaarheid, krijgen we bij een secundaire gevarenbron een zonering voor de hele ruimte. 
In ons bedrijf staat bij een grote drukmachine (50 m lang), een gesloten vat (200 L) met ethanol. De hal wordt ruimtelijk geventileerd. Vroeger gaf dit een zone van 2 m rondom en nu is de gehele hal een zone. Dit is niet realistisch en niet haalbaar, we zouden de gehele drukmachine explosieveilig moeten maken.
9.3 In de tabel wordt het begrip verwaarloosbare zone genoemd. Wat is een verwaarloosbare zone en wat moeten we hiermee. Dit begrip wordt in de norm niet uitgelegd. Is er nu wel of geen zone? In tabel 6 wordt echter het begrip NGG gebruikt, niet gevaarlijk gebied, dus geen zone. Onduidelijk dus.
9.4 In deze paragraaf worden de gassen ingedeeld in :
- zwaarder dan lucht > 1,2: zie A.2.1
- lichter dan lucht < 0,8: zie A.2.2????
- neutraal, tussen 0,8 en 1,2: zie A.2.2
De benamingen van de indeling komen niet overeen met die in bijlage A. 
Een gas lichter dan lucht, bijv. waterstof, zou dan worden gekenmerkt volgens A.2.2, immers het is lichter dan lucht. In deze paragraaf ontbreekt de benaming beduidend lichter dan lucht. Geen consistent gebruik van termen. In de nieuwe versie is dit aangepast.
9.4 In de laatste alinea van deze paragraaf wordt beschreven hoe een gas lichter dan lucht volgens de bol van A.2.2 moet worden gekenmerkt. Hier is geen eenduidigheid met de term "beduidend lichter dan lucht", zoals in A.2.3 wordt weergegeven. Is aangepast in de norm van 2010.
overig De norm bevat veel te weinig concrete voorbeelden. In de Duitse BGR 104 worden duidelijke praktijksituaties beschreven, zoals bijvoorbeeld aansluitingen op gasflessen.
13.2 Acculaadruimten
De verwijzing naar andere normen voor wat betreft laadstations is op zich een verbetering. Helaas zijn deze normen op een aantal punten in tegenspraak met norm NPR 7910-1. Bijvoorbeeld: Norm NEN-EN 50272-3 zegt dat natuurlijke ventilatie de voorkeur heeft bij acculaadstations en in NPR 7910-1 staat dat kunstmatige ventilatie noodzakelijk is.
6.2.2 In deze paragraaf staat voor gassen een minimale hoeveelheid van 5 kg genoemd. Hoewel er wel allerlei beperkingen zijn (bijv. in par. 1.1 dat het om vereenvoudigde aannamen gaat), vinden we deze hoeveelheid toch misleidend en gevaarlijk. Bij lichte, explosiegevaarlijke gassen, zoals waterstofgas, zal er al zonering moeten zijn bij veel kleinere hoeveelheden. Door de norm worden bedrijven eigenlijk op het verkeerde been gezet.
De minimum grens moet met "gezond verstand" worden gebruikt, dit staat ook wel in de norm, maar werken met minimale hoeveelheden moet altijd op risico's worden beoordeeld en niet alleen op basis van kilogrammen. Dit zou duidelijker moeten worden weergegeven.
figuur 2 Stel dat in een situatie wel brandbare stof aanwezig is, maar dit niet kan vrijkomen, bijvoorbeeld doordat de leidingen voldoen aan 7.5 van de norm. In het flowschema mist dat bij een secundaire bron nog een keuze mogelijkheid. In het stroomschema komen we altijd uit op een secundaire bron, terwijl er situaties zijn waarin dat niet het geval is.
figuur 2 in het onderste blokje van figuur 2 staat een fout, er wordt verwezen naar tabel 6 van 9.3; dit mot zijn tabel 7.
Heeft u ook opmerkingen m.b.t. de NPR 7910-1 of -2, laat het ons weten, we zullen de lijst aanvullen.

* is aangepast in de nieuwe norm van 2009

De correcties in de nieuwe NPR 7910-1+c2:2009 omvatten:

  • het berekeningsvoorbeeld met uitkomst 1,02 in paragraaf 6.1. bij de minimale hoeveelheden is aangepast
  • in voorbeeld A.4.3 van het leidingtracé in een goot, is boven de goot een zone 2 aanwezig, in de vorige versie stond hier zone 1

NPR 7910-2:2008

par. opmerkingen
   
5.5.3 De stofnormen spreken steeds over ventilatie bij stof. Beter zou zijn om hier het begrip afzuiging te gebruiken. Immers ventilatie bij stof doet het stof eerder opwervelen.
   
Heeft u ook opmerkingen m.b.t. de NPR 7910-1 of -2, laat het ons weten, we zullen de lijst aanvullen.

 

 

 

 

home contact nieuws download links

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen sturen aan iab@iab-ingenieurs.nl.
Copyright © 2009  IAB Ingenieurs 
Laatst bijgewerkt: 24 December 2010