|
|
|
Gebieden waar fijn verdeeld stof aanwezig is geven doorgaans aanleiding tot een indeling in een zonegebied. Afhankelijk van de waarschijnlijkheid en het voortduren van een ontplofbare atmosfeer geeft dit een zone 20, 21 of 22. Voor het bepalen van de zone zie NPR 7910-2. In de zonegebieden 20, 21 of 22 dient overeenkomstige apparatuur te worden gebruikt. Zie tabel.
Hiermee wordt tevens een nieuw aspect van de ATEX 95 richtlijn aangegeven. De ATEX 95 richtlijn geeft tevens eisen en voorschriften voor materieel bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen als gevolg van gevaar voor hoge stofconcentraties. Dit betekent dat de apparatuur in zonegebieden 20, 21 en 22 dient te zijn voorzien van ATEX CE Ex en geschikt dient te zijn voor stof, aangeduid met de markering D voor Dust. |
U kunt een e-mailbericht met vragen of
opmerkingen sturen aan
iab@iab-ingenieurs.nl.
|